Blog
Categoriën
© Tirol Werbung / Rodler Ilvy
Eten & drinken
© Tirol Werbung / Hörterer Lisa
Bedrijven & Fabrikanten
© Bert Heinzelmeier
Mensen
© Tirol Werbung / Schreyer David
Architectuur
© Tirol Werbung / Aichner Bernhard
Cultuur
© Tirol Werbung / Moore Casey
Attracties
© Tirol Werbung / Haindl Ramon
Wellness
© Tirol Werbung / Webhofer Mario
Natuur
© Tirol Werbung / Herbig Hans
Familie
© Tirol Werbung / Schwarz Jens
Andere
© Tirol Werbung / Neusser Peter
Sport

Hoor jij het ook?: De beste akoestische ruimtes in Tirol

Bijgewerkt op 30.03.2021 in Cultuur

Paul Schweinester
Paul Schweinester

Hoe klinkt eigenlijk je geboortestad? En waar klinkt het het mooist? Deze twee vragen stelden we de in Innsbruck geboren operazanger Paul Schweinester. Hij zong al op vele grote podia, werd genomineerd voor een Grammy en werd geboekt voor de Salzburer Festpiele.

Paul Schweinester bekijkt naar de zware kerkdeuren van de Jesuitenkirche in Innsbruck. Hij kent de kerk heel erg goed: zijn carrière als operazanger begon bij het Wilten Boys’ Choir, dat hier in deze jezuïetenkerk regelmatig optrad. Hij vertelt, het verhaal van de gigantische kerkklok met een gewicht van maar liefst 9.200 kilo, die ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van de Tiroolse vrijheidsstrijd aan het eind van de jaren 50 hier werd opgehangen - en die nog steeds te horen is in de stad Innsbruck. Nadat we de kerk zijn binnengegaan, wordt Paul Schweinester even stil. Dan vraagt ​​hij:

Heb je ook gemerkt, wat er net gebeurd is?

Wat dan?
Toen we binnenkwamen in de kerk, zijn we meteen stil geworden. Het is volkomen normaal, dat je niet al te luidruchtig bent, als je een kerk betreedt, maar waarom is dat? We zijn hier toch helemaal alleen.

Uit eerbied?
Ja. Maar ook de akoestiek speelt een belangrijke rol: de gladde, harde oppervlakken weerkaatsen het geluid, de hoge ruimte biedt veel ruimte aan het geluid om zich te verspreiden. Geluiden worden weerkaatst en daardoor versterkt. In zo'n akoestische omgeving voelen mensen zich tegelijkertijd klein en groot: in het begin schrik je van jouw eigen volume - maar wie deze akoestiek durft te gebruiken, krijgt kracht.

In de Jesuitenkirche kan de operazanger de akoestiek optimaal gebruiken.
In de Jesuitenkirche kan de operazanger de akoestiek optimaal gebruiken.

Paul bewondert de gigantische 9.200 kg zware kerkklok.
Paul bewondert de gigantische 9.200 kg zware kerkklok.

Hoe ga je als zanger met zo’n akoestiek om?
De stilte tussen de muziek - of woorden - is net zo belangrijk als de muziek zelf: in een kerk als deze weerkaatst het geluid vier tot zeven seconden, dus de klanken vermengen zich. Maar ze moeten samen nog steeds harmonisch klinken. Als zanger moet je je daarom meer tijd nemen. Kerkmuziek houdt rekening met deze akoestische vereisten en bevat veel lange noten. Maar als je bij het componeren alleen oog hebt voor de akoestiek, dan moet de muziek helemaal anders gecomponeerd worden, veel instrumenteler. Bij zoveel nagalm begrijp je als toehoorder nauwelijks wat er gezongen wordt. Werken van Bach zijn daarom bijna onmogelijk om te zingen in een kerk. Ik geloof niettemin, dat dat precies de reden waarom er zoveel muziek in kerken gespeeld wordt: het is een taal, die iedereen verstaat – ongeacht welke taal die muziek heeft.

We verlaten de kerk. Op amper 100 meter van de Jesuitenkirche staat het Haus der Musik. Sinds de voltooiing in 2018 vinden in het moderne gebouw met zijn donkere keramische gevel talloze muzikale instellingen plaats. Een concert van Paul Schweinester is gepland, maar vanwege de pandemie heeft hij zijn eerste optreden daar moeten uitstellen. Maar repeteren deed hij er wel al vaker - en was daarbij zeer onder de indruk van de akoestiek in de “Große Saal”. De grote zaal is het hart van het muziekhuis. Direct achter het podium biedt een groot raam uitzicht op de Hofburg.

Paul kijkt uit het venster van de grote zaal in het Haus der Musik en denkt aan de prachtige akoestiek in deze ruimte.
Paul kijkt uit het venster van de grote zaal in het Haus der Musik en denkt aan de prachtige akoestiek in deze ruimte.

Het viel me op dat je tijdens onze wandeling voortdurend de akoestiek test: je praat luider en dan weer stiller, klapt in je handen of neuriet in jezelf. 
Ja, ik heb bijna altijd de drang om te zingen. Dat is als operazanger helemaal niet goed, want tussen repetities en optredens moet je eigenlijk je stem laten rusten. Maar als ik mezelf hoor, dan weet ik dat ik er nog ben. In zekere zin is de stem zoiets als het bestaansrecht van een zanger - en vooral in super-akoestische ruimtes zoals een kerk is het verleidelijk om de akoestiek te testen. Maar in feite is een ruimte als deze, veel beter voor het geluid.

Hoe bedoel je?
In galmende ruimtes wordt de muziek vaak te hard. Dat is vermoeiend voor zowel de zanger als de toehoorder. Als zanger heb je het probleem, dat zelfs het inademen hoorbaar is – en bij de luisteraar komt te veel akoestische informatie aan. Hier voel je goed hoeveel prettiger het hier is om te spreken. Het vele hout, de panelen aan de wanden en het plafond zorgen ervoor dat de weerkaatsing mooi kort is. Een beetje zoals praten in een kussen. Toch valt ook op, dat de akoestiek hier niet ideaal is.

Voor mijn oren klinkt het prima. Wat bevalt je niet?
Een zaal van dit formaat wordt van tevoren zorgvuldig gepland, met aandacht voor elk detail. En natuurlijk werd er ook rekening mee gehouden, dat muziek hier meestal voor een groot publiek wordt gespeeld. Als hier veel mensen op de tribune zitten, verandert ook de akoestiek. Mensenlichamen geven warmte en vochtigheid af en absorberen geluid, het geluid wordt daardoor droger. Zelfs als ervaren muzikant is het altijd weer verrassend hoe anders een ruimte klinkt, met en zonder publiek.

Hout, panelen, plafond en het publiek spelen een grote rol bij het krijgen van de juiste akoestiek.
Hout, panelen, plafond en het publiek spelen een grote rol bij het krijgen van de juiste akoestiek.

Van Parijs tot Hong Kong: je hebt op veel grote podia opgetreden. Klinken de concertzalen in Tirol anders?
Dat kan ik niet zeggen, want de akoestische vereisten zijn overal gelijk. Maar ja, elke concertzaal klinkt anders. Je zou verwachten, dat er een toverformule bestaat waarmee je de perfecte akoestiek kan toveren; een formule die je overal kan gebruiken. Maar nee dus, concertzalen worden telkens weer anders gebouwd en daarbij verschillen ze steeds weer.

Waarom?
Omdat het bij concertgebouwen om meer gaat dan alleen de akoestiek. Een concertzaal heeft ook steeds een representatieve rol en moet iets zeggen over de stad waarin deze zich bevindt. De “Große Saal” hier in Innsbruck is daar een goed voorbeeld van: vanuit akoestisch oogpunt is het enorme glazen raam een totale ramp, maar het drukt openheid uit, die exemplarisch zou moeten zijn voor het Haus der Musik. En als kunstenaar ben je dankbaar voor deze verschillen, want ze laten je ook toe om je repertoire aan te passen aan de betreffende locatie.

Tirol klinkt bijzonder. Dat geldt zowel voor zijn kerken als ook voor zijn concertzalen - en vooral de natuur, de valleien en de bergen – die klinken heel apart. We gaan met Paul naar de Bergisel-skischans. Paul Schweinester is enthousiast over de arena-achtige landingsplek - je kunt zien dat deze plek hem uitdaagt. Hij springt over de slagboom, de landingsplek in, knipt met zijn vingers, begint een vrolijk liedje te zingen.

Paul geniet het in een arena zoals bij de Bergiselschanze te zingen. 
Paul geniet het in een arena zoals bij de Bergiselschanze te zingen. 

Hoe is de geluidsbeleving in zo'n arena?
Heel interessant. Een ketel-akoestiek noem ik dat. Het geluid ontsnapt naar boven, de nagalmtijd is vrij kort, maar krijgt toch voldoende versterking om op alle niveaus duidelijk hoorbaar te zijn. Daarom is een arena ook een uiterst democratische locatie: het merendeel van de stoelen bevinden zich op dezelfde afstand van het podium. De oude Grieken wisten maar heel goed waarom theaters er precies zo moesten uitzien.

Zing je op een andere manier voor een groot publiek?
Ja, dat doe ik. Ik denk dat er interessante parallellen zijn tussen schansspringen en zingen. In beide disciplines wil je zo hoog mogelijk blijven vliegen. Het heeft veel te maken met mentale kracht. De skispringer heeft tijdens de training honderden keren de sprong getraind, de zanger die ene hoge noot, die hij moet zingen. Het lukt zelden zo goed als tijdens de training, maar soms, als het dan toch tijd is voor dat ene juiste moment, kan het publiek je verder dragen, dan je ooit eerder gevlogen hebt. 30.000 mensen juichen, applaudisseren, ademen: dit is een geluidscoulisse, die je fysiek kunt voelen - en waarop je kunt drijven.

Paul wil met zijn stem even hoog “vliegen” als de schansspringer van de Bergiselschanze. 
Paul wil met zijn stem even hoog “vliegen” als de schansspringer van de Bergiselschanze. 

Voor de laatste akoestische ruimte wil Paul Schweinester de hoogte in, de stad uit, de natuur in. De bergen zijn belangrijk voor hem - hier repeteert hij voor zijn optredens, die hij vergelijkt met grote sportwedstrijden. Met de laatste bergrit gaat het met de Olympiabaan naar het Hoadl-Haus in het Axamer Lizum. Achter het bergstation rijzen de Kalkkögel, gigantische rotswanden van wel 2.800 meter hoog, op. De tenorzanger komt hier graag even uitrusten, om van de stilte te genieten. Maar hoe klinkt gezang voor deze hoge bergwand?

Jodel jij ook wel eens?
Af en toe probeer ik het, maar het resultaat is niets om over op te scheppen. Echt kunnen jodelen, d.w.z. deze snelle wisseling tussen kop- en borststem, is erg moeilijk en behoort niet tot het normale repertoire van een operazanger.

Paul vindt inspiratie, rust en energie in de bergen. Voor hij optreedt, brengt hij graag tijd door in de bergen.
Paul vindt inspiratie, rust en energie in de bergen. Voor hij optreedt, brengt hij graag tijd door in de bergen.

Wat bevalt je zo aan de Kalkögel?

Hier ben ik in verbinding met mijn roots, hier vind ik inspiratie.

Zingen in de natuur is over het algemeen leuk, omdat het zijn eigen dramaturgie heeft. Als je buiten bent, verandert de sfeer alleen al door het daglicht. Je kunt het landschap ook gebruiken om de inhoud van een muziekstuk beter over te brengen. Ik heb bijvoorbeeld eens een lied op een dorpsplein gezongen - op een echt dorpsplein. Dit creëerde zó een bijzondere sfeer, die heb ik tot nu toe nooit in een concertzaal kunnen reproduceren. Maar zingen in open lucht zorgt voor een paar extra uitdagingen: het is moeilijker bijvoorbeeld, omdat je luider moet zingen. En als je geen bergwand voor je hebt - zoals nu - moet je je eigen feedback genereren met behulp van luidsprekers. En dat is precies wat de Kalkkögel zo bijzonder maakt. De natuur is hier als een arena – een gigantische arena.

Paul zingt niet alleen voor publiek, maar ook voor bergen.
Paul zingt niet alleen voor publiek, maar ook voor bergen.

 

Laatste artikel van Wolfgang Westermeier
De geprepareerde wegen geven aan waarheen de route voert.
16.12.2020 in Andere
Zonder stress
7 min. leestijd
Alle artikelen van Wolfgang Westermeier
Geen reacties beschikbaar
Schrijf een reactie

Verder blijven lezen

Omhoog
Is uw mailbox ook aan vakantie toe?

Abonneer u dan hier op onze newsletter met exclusieve vakantietips uit Tirol.