Blog
Categoriën
© Tirol Werbung / Rodler Ilvy
Eten & drinken
© Tirol Werbung / Hörterer Lisa
Bedrijven & Fabrikanten
© Bert Heinzelmeier
Mensen
© Tirol Werbung / Schreyer David
Architectuur
© Tirol Werbung / Aichner Bernhard
Cultuur
© Tirol Werbung / Moore Casey
Attracties
© Tirol Werbung / Haindl Ramon
Wellness
© Tirol Werbung / Webhofer Mario
Natuur
© Tirol Werbung / Herbig Hans
Familie
© Tirol Werbung / Schwarz Jens
Andere
© Tirol Werbung / Neusser Peter
Sport

Van helemaal beneden af

Bijgewerkt op 20.09.2021 in Sport, Foto's: Frank Stolle

Laden with heavy rucksacks, our intrepid adventurers complete the final few metres to the Kaunergrathütte hut.
Laden with heavy rucksacks, our intrepid adventurers complete the final few metres to the Kaunergrathütte hut.

Je kunt naar ongerepte lijnen in de rotswand zoeken, bergtoppen verzamelen of van snelheid houden. Om de Tiroolse bergen op een nieuwe manier te beleven, kunnen we je aanraden terug te gaan naar een tijd waarin geen goed uitgebouwde wegen en bergspoorwegen je hielpen om de hoogste toppen te bereiken. Ons team klom op de fiets in het Inntal om uiteindelijk op de Watzespitze, de hoogste bergtop van de Kaunergrat, aan te komen. Wat een reis!

Frank ligt op het hete asfalt en hyperventileert. Ik stop mijn hoofd onder de dorpsfontein in Plangeross en drink nonstop water, terwijl Jannis verwoed de openingstijden van de herbergen in de buurt googelt. De tijd, die we voor de dagtocht hadden ingepland is na een paar uur opgebruikt. Ik sleep mezelf naar de deur van een Wirtshaus en zwaai onophoudelijk tot een kelner me opmerkt.

De keuken is eigenlijk sinds iets na drieën al gesloten. Maar de kelner kon nog wel iets voor ons klaarmaken. Waar we vandaan komen? Van Imst? Met de fiets? En waar willen jullie heen? Op de Watze? Serieus? En vandaag nog tot aan de Kaunergrathütte? Ja en ja en ja. Hadden we niet beter de trein naar Imst kunnen nemen? Nee? En waarom niet per auto? Zoiets heeft hij nog nooit gehoord. 'Waarom lieten jullie jullie fietsbanden niet leeglopen? Dan zou het nog moeilijker zijn!” De kelner lacht en iedereen krijgt een groot glas appelsap.

Voor mij betekent onderweg zijn “by fair means” op eigen kracht van de laatste plek der beschaving naar een berggebied toe gaan.
Stefan Glowacz

Twee of drie uur fietsen door het Pitztal, heel relaxed - zo hadden we ons dat voorgesteld. Daarna was dan een uitgebreide lunchpauze ergens in de schaduw gepland. En als de grootste hitte voorbij was, wilden we verder naar de berghut. We wilden immers geen records behalen, maar op een nieuwe manier iets samen ondernemen. Niet hectisch een top bestormen vanaf de parkeerplaats, maar bewust de langere route nemen - en dus morgen, goed uitgerust, de oostelijke bergkam naar de Watzespitze bereiken.

Het is in alle monde bij bergbeklimmers: de laatste tijd willen ze vaker 'met eerlijke middelen' een berg beklimmen. "Voor mij betekent onderweg zijn “by fair means” op eigen kracht van de laatste plek der beschaving naar een berggebied toe gaan ", schrijft de bergbeklimmer Robert Jasper. Zijn voorbeeld is de klimlegende Stefan Glowacz, die al een kwart eeuw zeilboten en kite-sleeën gebruikt om op een "eerlijke" manier bergen in het noordwesten van Canada of Groenland te bereiken. Wij zijn echter niet geïnteresseerd in klimmen in afgelegen gebieden. We willen hier, voor de huisdeur ,op een andere manier bergbeklimmen.

Vol energie klimmen we per fiets vanaf de rotonde in het Inntal de eerste bochten omhoog. We volgen de Pitztaler-fietsroute, die zou prachtig zijn. Jannis en ik zijn met mountainbikes onderweg, Frank op een gravelbike met bagagerekje waarop onze klimuitrusting is vastgemaakt. We laten de hoofdweg al snel achter ons. Het pad voert door de zonneterrassen ten zuiden van Wenns, door kleine dorpjes, langs families die de weilanden maaien in de hete zomerwind. Frank en Jannis wisselen al snel van fiets, Jannis heeft gewoon meer kracht om de fiets met onze bagage de hellingen op te trappen.

Het laatste geciviliseerde dorpje? Onze start in Imst, langs de noordzijde van de Inn.
Het laatste geciviliseerde dorpje? Onze start in Imst, langs de noordzijde van de Inn.

Zomers tafereel met warme wind: op de zonneterassen bij Wenns in het Pitztal.
Zomers tafereel met warme wind: op de zonneterassen bij Wenns in het Pitztal.

Na ongeveer een derde van ons fietstraject wordt het dal smaller en voert het pad ons terug naar beneden, naar de rivier. Het pad is goed aangelegd, de ruisende Pitze scheidt ons van de hoofdweg. Steeds weer volgt een paar honderd meter bergafwaarts afrollen na een korte, stevige klim. Het gaat over bruggen en door een kloof, we beleven hier op de fiets alle aspecten van een oude, diepe gletsjervallei – en klimmen daarbij gestaag. Na nog eens een derde van het traject met de bagage op de fiets en onze rugzakken op de rug, wordt het langzaam zwaar voor ons. De middagzon brandt, de bomen bieten nauwelijks nog schaduw Op een vlak stuk worden we ingehaald door een trail runner. Een deel van ons traject is tevens onderdeel van de Pitztaler Glacier Trail, een wedstrijd waarbij de trail runners 106 kilometer afleggen en 6.100 hoogtemeters meesteren. De uitgemergelde fitnessmonsters die ons passeren zijn al sinds elf uur de vorige avond onderweg. We maken even een pauze en dompelen onze oververhitte lichamen in het gletsjerwater van de Pitze.

Verder gaat het bergop naar Plangeross.
Verder gaat het bergop naar Plangeross.

Jannis wordt vergezeld door een koe tijdens een portie afkoeling in de Pitze.
Jannis wordt vergezeld door een koe tijdens een portie afkoeling in de Pitze.

We komen aan in Plangeross. Van hieruit gaat het te voet verder. Als je het rustig aan zou doen, zou je bij de Kirchenwirt overnachten en de volgende ochtend naar de berghut marcheren. Maar we worden vandaag nog in de hut verwacht, en het weer voor morgen is prachtig, dus we drinken en eten (uitstekend trouwens), parkeren de fietsen in de garage, verladen de bagage uit de fietstassen naar de rugzakken en beginnen aan onze klim.

De beek, die wordt gevoed door de gletsjers onder de Watzespitze, is hier een wilde waterval die stroomt over rotsen en gorgelt in onzichtbare gaten. Met vijf uur intensief fietsen in onze benen, lijken de 1.200 hoogtemeter naar de Kaunergrathütte wel op een dagetappe naar de top van de Himalaya. Als lage struikjes plaatsmaken voor hoge bomen en de schaduw ietwat verkoeling brengt, zegt Frank: “Ik begin er weer aan te geloven, dat we vandaag toch nog aankomen bij de berghut.“ Ik deel zijn mening. Hoewel ik vroeger veel fietste, heb ik de voorbije jaren meer geklommen als gefietst – mijn knieën lijken dan ook een hekel te hebben aan het lange bergop fietsen. Al bij de laatste kilometers op de fiets voelde ik pijn in mijn knieën. Nu lijkt het wel alsof er een metalen band om mijn knie zit.

Tijdens de klim naar de Kaunergrathütte komen we door alle alpiene vegetatiezones.
Tijdens de klim naar de Kaunergrathütte komen we door alle alpiene vegetatiezones.

Na een tijdje te hebben gewandeld - ik weet niet precies hoelang want ik lijk wel op automatische piloot de ene voet voor de andere te zetten – doemt een grote bergtop met een scherpe bergkam en een gletsjer: indrukwekkend, afschrikwekkend en verleidelijk tegelijk. De Watzespitze is met 3.532 meter het hoogste punt van de Kaunergrat. Het is een bijzondere bergtop!

De dubbele bergtop van de Watzespitze. De oostelijke berggraat verloopt door het donkerste deel van de foto.
De dubbele bergtop van de Watzespitze. De oostelijke berggraat verloopt door het donkerste deel van de foto.

Bijna een uur later liggen we in de ligstoelen op het terras van de Kaunergrathütte en laten dag één van onze tocht de revue passeren. Een berg krijgt een heel andere dimensie als je niet gewoon naar de bergtop wil. Een 3000 meter hoge piek in de oostelijke Alpen wordt een kleine expeditie. Natuurlijk hebben we de weg moeilijker gemaakt als hij is. Maar wat is noodzakelijk? Dat je bergen beklimt? Sinds de hoogste toppen beklommen zijn, is alles pure herhaling.

"Toen ik geen auto had en student was, vond ik het heel normaal om vanuit Innsbruck met de fiets te starten", herinnert Jannis. “Dat waren bergtochten die ik nooit zal vergeten. Daarna ben je een beetje trotser op jezelf en gelukkiger.” We keuvelen met Sigmund Dobler, de vader van de huttenbaas. In zijn jonge jaren, vertelt hij, was het gebruikelijk om 's ochtends in Wenns op de fiets te starten en vervolgens naar Plangeross te fietsen om diezelfde dag nog naar de top van de Watzespitze te klimmen.

Berghut met heerlijke keuken: de Kaunergrathütte op 2.817 meter hoogte.
Berghut met heerlijke keuken: de Kaunergrathütte op 2.817 meter hoogte.

De Kaunergrathütte aan de voet van de Watzespitze.
De Kaunergrathütte aan de voet van de Watzespitze.

De groep klimmers die de oostelijke berggraat op wil, is al om 5 uur uit de veren. Vrij klimmen op meer dan 700 meter hoogte in de Oost-Alpen is een rariteit. Het is de mooiste route op de Watzepsitze. Het is niet wandelen, ook niet klimmen, op de een of andere manier old-school en precies daarom verfrissend nieuw. We laten de bende klimmers graag vroeg vertrekken, uiteindelijk hebben we het geen haast. We willen ook een andere route gaan. Als we om iets voor zes onze knorrende magen met muesli vullen, is de berghut leeg. Sigmund jaagt ons bijna de hut uit: “Komaan mannen, jullie zijn al veel te laat.” 

Gisteren kon ik mijn knie nauwelijks nog bewegen na het klimmen. Ik dacht dat het 's nachts wel zou beter worden, maar het doet echt pijn bij de afdaling van de berghut naar de rotswand en bij het doorkruisen van de bevroren sneeuw. Oei, dit wordt lastig. Voordat ik onze tocht kan afblazen, staan we onderaan de rotswand. De veiligheidstouwen blijven in de rugzak, maar we hebben onze klimgordels toch om, dus we kunnen op elk moment overschakelen naar de veiligheidsmodus.

Het begin van de klim is steil. Jannis als verwoede mountainbiker heeft het moeilijk. Hij heeft nog nooit zo hoog geklommen. Voor Frank en voor mij was de combinatie van afstand en hoogtemeters gisteren een echte beproeving; de klim van vandaag en de lengte van deze dagtocht zouden geen probleem mogen zijn - als het "normaal" klimmen was. Als sportklimmers zijn we echter gewend om met touwen te klimmen - en niet honderden onbeveiligde verticale meters. “Het probleem op de oostelijke graat zijn zeker niet de moeilijke klimpassages. Het is gewoon een hoog-alpiene tocht en het vinden van de route is moeilijk, legde Sigmund gisteren al uit. Het is geen toeval dat Zwitserse berggidsen hier graag met hun gasten op pad gaan. Wie de Watzespitze kan beklimmen, heeft op de Matterhorn meestal ook geen problemen - behalve misschien met de file op de Hörnligrat, want er zijn jaarlijks tien keer meer klimmers op de Matterhorn als op de Watze.

Niet te snel doorstarten, de eerste hoogtemeters afleggen. Dan wordt het ook alweer minder steil. Ik heb intussen vergeten dat ik eigenlijk pijn heb. Dit is een voordeel van dit interdisciplinaire project: het is wel zwaar, maar vandaag is het op een andere manier zwaar in vergelijking tot gisteren. Ik ben wel bang om af te dalen. Als de knie weer reageert, ben ik wellicht niet zo standvastig bij de afdaling. De oversteek naar de bergkam is even lastig. Jannis is een beetje bleek, maar dat is geen wonder. We bevinden ons op een plek, waar een val ernstige gevolgen zou kunnen hebben. Dan gaat het bergop in de richting van de enorme rode pijl, die ons de weg wijst en die vanuit de berghut zo immens klein leek.

We zien het doel, de weg is niettemin nog lang.
We zien het doel, de weg is niettemin nog lang.

Bij nog een moeilijke passage moeten we even wachten. Hier zijn nog meer bergbeklimmers aan het puffen. We zijn nu wel heel erg moedig en klimmen verder zonder touw. We hebben al drie groepjes ingehaald. Bij de volgende zware passage gebruik ik toch de veiligheidstouwen. Ik ben echter zo onhandig dat ik mijn voet inklem en me kwets aan mijn rug.

De eigenlijke berggraat is geweldig, maar ik weet uit ervaring dat dit soort terrein oncomfortabeler is als je bergafwaarts gaat. Om kwart over elf, na drie uur, zijn we bij het topkruis. Het panorama is fantastisch. Even pauze. De gebruikelijke opluchting op de top voel ik niet want nu moeten we weer gaan afdalen. En de lange tocht eist bij iedereen nu zijn tol. Korte nacht, zware benen, zelfs het fitnessmonster Jannis valt op de top in een soort delirium.

Eenmaal boven, moet je meteen weer naar beneden. En dat zo snel mogelijk!
Eenmaal boven, moet je meteen weer naar beneden. En dat zo snel mogelijk!

We geven elkaar een por. Ik ben nu meer opgewonden dan aan de voet van de rotswand. Eerste verrassing: het probleem met mijn knie lijkt te zijn opgelost. Ik voel bijna niets. En na de eerste honderd meter raak je ook gewend aan de blik in de afgrond, dat over het algemeen duizelingwekkend is. Maar dan focus je op de volgende stap, de volgende greep - en net als een camera vervaagt de diepte in een onscherpe achtergrond. Tweede verrassing: ineens geniet ik enorm van het afdalen.

Bij een passage waar we tijdens de klim zonder touw overheen klommen, gaan we nu afseilen. Jannis‘ afseildoop. Dat hadden we gisteravond in de hut toch even moeten oefenen. Nu ja, het lukt. Terwijl Jannis over de rand verdwijnt, kijk ik uit op de gletsjer. Elke tien minuten schiet er een steenslag door het ijskanaal. Aan de horizon troont de hoofdkam van de Tiroolse Alpen. Wat een groots bergpanorama! Bergkammen en avonturen voor meerdere levens.

Blik naar beneden: naar het dal via de oostelijke graat van de Watzespitze.
Blik naar beneden: naar het dal via de oostelijke graat van de Watzespitze.

Jannis bij het afseilen.
Jannis bij het afseilen.

Bij de grote Steinmann gaat het linksaf. En door de verandering van het licht wordt de stemming ongezellig. Plots voelen de handgrepen breekbaarder aan, de treden brokkeliger. Veiligheid wordt geboden door het touw in de rugzak, dat we nog twee of drie keer uitpakken. Dan zijn we eigenlijk beneden. Het is een geweldig gevoel weer horizontaal te kunnen lopen.

Vol goede moed ski ik met mijn ski's de sneeuw op. Dan zitten we nog een uurtje op het zonneterras. Bier. Schnapps van de huttenwachter. Nog een biertje. Heb je precies voor dit moment niet al die ontberingen doorstaan? Om zo groter de moeite, om zo groter het geluksgevoel. Om zo groter de angst, om zo groter de opluchting. Geluk, zoals iemand ooit zei, is een ervaring van contrasten.

“Intenser kun je een berg niet beleven”, zegt Jannis. We zijn allemaal zo moe, vooral in ons hoofd - en we zijn euforisch omdat ons plan gelukt is. En omdat nu ontspanning aan de orde van de dag is, checken we weer in voor een nacht in de hut. Na de afdaling morgen zullen de benen branden, maar onze ziel zal vliegen. En de lange afdaling zal zich aanvoelen als een lange vlucht, van het hoge dal door het bergbos naar de zomerweiden langs de Inn.

Geen reacties beschikbaar
Schrijf een reactie

Verder blijven lezen

Omhoog
Is uw mailbox ook aan vakantie toe?

Abonneer u dan hier op onze newsletter met exclusieve vakantietips uit Tirol.