Blog
Categoriën
© Tirol Werbung / Rodler Ilvy
Eten & drinken
© Bert Heinzelmeier
Mensen
© Tirol Werbung / Aichner Bernhard
Cultuur
© Tirol Werbung / Moore Casey
Attracties
© Tirol Werbung / Herbig Hans
Familie
© Tirol Werbung / Schwarz Jens
Andere
© Tirol Werbung / Neusser Peter
Sport

Tirools voor beginners

Bijgewerkt op 29.04.2024 in Cultuur

Ik las ergens dat wij, Trolers, een achterbaks bergvolk zijn, die communiceren door te jodelen. Nou, ik denk niet dat we achterbaks zijn - misschien soms een beetje koppig, oké. Wie ons leert kennen, ontdekt al snel ons warm hart. En ook al klinkt het misschien niet altijd zo, we praten echt wel met elkaar in het Duits, of beter: een soort Duits. :)

Als je voor het eerst naar Tirol komt, een paar van de onderstaande Tiroolse woorden en uitdrukkingen kent en ze misschien zelfs enigszins goed kunt uitspreken, maakt dat niet alleen de communicatie makkelijker, maar dring je ook vliegensvlug door tot het boterzachte hart van de Tiroolse bevolking. De verschillen tussen de dialecten in de verschillende regio's en valleien zijn vrij groot. Ik heb daarom woorden gebruikt die in heel Tirol bijna 100% worden verstaan.

Elkaar welkom heten in het Tirools

In Tirol spreek je elkaar vaak aan met "du" (jij), vooral boven de 1.000 meter boven de zeespiegel.

Grias-di, Griaß-enk, Griaß-eich = Hallo

Pfiat-di, Pfiat-enk, Pfiat-eich = Tot ziens

Maar ook in Tirol worden we steeds internationaler. “Hallo” en “Hi” worden ook steeds vaker als begroeting gebruikt. Ook hoor je af en toe "Servus". "Ciao" en het niet zo geliefde "Bye" komen veel voor in stedelijke gebieden. In winkels en restaurants in de stad wordt men meestal met “U” aangesproken.

Grüß Gott = Goeiedag

Wiederschaun, Pfiat-Gott = Tot ziens

Routebeschrijving in het Tirools

Ik geef toe, dat het niet makkelijk is om de weg uitgelegd te krijgen in het Tirools. Het verreist best veel concentratie om goed te luisteren en daarbij het noorden niet te verliezen.

aui, auffi = omhoog
umi = over
außi = uit
oi, ochi = omlaag
arschlings = achteruit
grodaus = rechtuit
entn = ginder
Bichl = heuvel. Kan voor een inwoner van de Lage Landen net zo hoog lijken als een berg, waardoor het soms op het eerste gezicht niet duidelijk is waarheen de weg voert. Bij ons vind je bijna overal bergen.

Beschrijvingen en eigenschappen

  • Schmotzgoggl = zeer zachtaardige uitdrukking voor een heel erg mooi meisje. Deze uitdrukking komt uit het Tiroolse Brixental.
  • Bitegurn = een boze vrouw, altijd en overal. Een eigenschap, zeg maar.
  • Loamsieder = tijdgenoten, die je beter mijdt. Ze zijn ongelofelijk traag en saai. Geeuw!
  • Lota, Weibetz = man, vrouw. Moet je proberen te onthouden, want het zou weleens op de toiletdeuren kunnen staan ​​in één van onze traditionele berghutten.
  • Lugntschippl = een persoon, die je gewoon niet kunt geloven omdat ze altijd en overal liegen. Zo benader je die persoon tenminste, want je weet, dat al menig leugen van die persoon ontmaskerd zijn. Het kan ook zijn dat hun verhalen gewoon ongelofelijk ongeloofwaardig klinken.
  • Dozn = een heel klein mens. Ook "Greggeler" genoemd.
  • Lulatsch = het tegenovergestelde van dozn, een zeer lange, meestal dunne mens (man)
  • Fackalar = niet alleen een persoon die lelijk is om naar te kijken, omdat hij extreem onverzorgd is. Een Fackalar vertelt ook graag vieze moppen, die zo ver onder de gordel thuis zijn, dat je ervan moet walgen in plaats lachen.
  • Sektnschlägl = een onvriendelijk persoon die ontevreden is over zichzelf en de wereld. De bijvoeglijke naamwoorden "Mulat" en "sekte" betekenen hetzelfde.
  • wompat = betekent bierbuik. Zo'n middelomtrek wordt ook vaak "Ponzn" genoemd, wat letterlijk "vat" betekent.
  • schmattig = wanneer iemand veel geld heeft. Veel geld. Speculaties over hoe het geld is verdiend, hoor je van iedereen en overall.
  • potschad = betekent "onhandig". Een "Potschgoggl" is een onhandige persoon, d.w.z. een olifant in een porseleinkast. Maar het heeft niets te maken met lichaamsgrootte.
  • Zoggla = iemand die niet echt goed gekleed is en dus vaak „schlampert“ (schlampig) erbij loopt. Een Zoggla dus.
  • Zornpingl = een opvliegende kerel en dus niet het beste gezelschap.

Kinderen

  • Popele = baby
  • Poppenwagen = kinderwagen
  • „in die Heia gehen“ = naar bed gaan, ook „heielen“ voor slapen.
  • Springgingerl = liefdevol woord voor een levenslustig kind, dat bijna niet kan stilzitten en het liefst de hele dag rondhuppelt.
  • Derwischaletz, Fangalex = tikspel van kinderen dat je zonder extra materiaal en eigenlijk overal kunt spelen.
  • Versteckalex = Zoek me!  In supermarkten is dit verzoek voor moeders het moment, waarop ze hun shopptingtour onmiddellijk afbreken.
  • Purzigagele = een koprol. Deze benaming komt van het Tiroolse kinderliedje: "De Buabelen, de Madelen, die machen Purzigagel..." Komt van " purzeln " = tuimelen, rollen. Vooral geliefd bij kinderen.
  • Gummihupfen = vroeger heel populair, 2 kinderen staan in een grote elastiek en zorgen dat het elastiek enigszins gespannen is. Een derde kind springt.
  • Templhupfen = met stoepkrijt worden springvakken getekend op de straat, wordt vandaag de dag nog steeds met veel plezier gespeeld.
  • Flosch drahnen = flesje draaien. Voor iets oudere kinderen.

Lekkernijen in het Tirools

Hoewel je overal in Tirol internationale gerechten op de kaart vindt, moet je de Tiroolse traditionele keuken tenminste één keer proberen.

  • Kasspatzln = typische, kleine dumplings met rijpe kaas en gebakken uien.
  • Greaschtl, Gröstl = typisch Tirols, gebakken aardappelen met uien en stukjes geroosterd vlees.


  •  
  •  
  • Kaspressknedl = zeer lekkere, dumplings uit brood met ui en kaas, kort gebakken in een pan, geserveerd in een stevige rundsbouillon of met zuurkool.


  •  
  •  
  • Fleischkas = Leberkäse
  • Graukas = Magere kaas uit rauwe melk gemaakt van een soort magere kwark - hoewel het een echte Tiroolse specialiteit, houdt niet iedereen ervan! Je houdt van hem of je mag hem helemaal niet.
  • Schwammerlen = paddelstoelen, meestal bedoelen ze in Tirol met Schwammerlen chanterellen.


  •  
  •  
  • Muas = moes
  • Goggelen = eieren
  • Weggn = brood
  • Oranschn = appelsienen
  • Melanzani = auberginen
  • Marün = abrikozen
  • Verlängata = een kopje koffie
  • Dschugglad = chocolade
  • Scharmiezl = een papieren zak. Goed voor het milieu, want uit papier. Het „Sackl“, een zak, kan ook uit plastiek zijn. Ik hou van Scharmiezl!
  • Zol’n bitte! = de rekening alsjeblief!
  • Hots gschmeckt? = Heeft het gesmaakt?
  • Mogsch a Schnapsal? = bedoeld is een „Selberbrennta“, een zelfgestookte Schnaps. Veelal met een hoog alcoholgehalte. Hier kun je niet “neen” zeggen. Dit is gastvrijheid puur.


  •  
  •  
  • botzn = morsen, Botzerei = een knoeiboel aan tafel
  • tzutzln = zuigen, bijvoorbeeld aan een strootje

Flirten en feesten in het Tirools

Handige uitdrukkingen voor op traditionele dancefestivals, zogenaamde Zeltfesten. Hoogduits wordt hier zelden gesproken. Eigenlijk nooit.

  • Fesches Madl, Diandl = mooie vrouw, mooi meisje
  • Fescher Bua = mooie man
  • A Schnitzel = uitgesproken mooie man
  • Wia hoaschn du? = Hoe heet jij?
  • Mogsch wos trinkn? = Ik wil je trakteren. Wat wil je drinken?
  • Woher kimmschn du? = Waar kom je vandaan?
  • Mogsch di herhockn? = Hier is nog een plekje vrij.
  • Du gfolsch ma! = Je bevalt me.
  • gschdiascht = Alles was mooi is, wordt gschdiascht genoemd door de Tiroolse bevolking van het Unterland. Een „Diandl“, een (jonge) vrouw, is eigenlijk altijd „gschdiascht“. Net zoals baby’s, dierbaby’s etc.
  • I mog di = Ik vind je leuk. Soms ook „Ik hou van jou“.
  • A Hetz machen = pret hebben
  • hetzig = grappig
  • losnen = luisteren
  • trotschn = praten
  • terisch = hardhorend. Bijvoorbeeld: „I wear terisch“ – Ik hoor niets (dat gebeurt wel eens als er te luide blaasmuziek is op het Zeltfest)
  • tamisch sein = verward zijn, ook wel „duizelig“ (kan wel eens voorkomen als jullie teveel pirouetten draaien bij het polka-dansen)
  • rauschig sein = een beetje dronken zijn
  • Fetzn = heel erg dronken zijn (in het Ötztal ook „Dullar“ genoemd), kunnen ook schlechte schoolresultaten zijn
  • Weiss-Sauer, Rot-Sauer = witte wijn spritzer, rode wijn spritzer
  • Kracherl = lijkt op „Almdudler“, een zoete kruidenlimonade
  • Zschigg = sigaretten (Opgelet: in de Tiroolse cafés bestaat rookverbod en dus ook bij Zeltfesten in de tent)
  • Fotzhobl = ander woord voor mondharmonika
  • Rotzbremsen = een niet zo mooi woord voor een „Schnauzer“, een snor.
  • strawanzen = veel op pad zijn, zonder echt door. Ook „lanschn“

Opgelet! Krijg je de volgende woorden te horen en lijkt die persoon allesbehalve te glimlachen, dan ben je misschien een beetje te stormachtig geweest tijdens het flirten en loop je misschien het best wel heel snel weg: "Watschn" of "Fotzn" zijn uitdrukkingen voor "een klap in het gezicht". "I Schmier da oane" moet ook worden opgevat als een onbetwistbare afwijzing en heeft absoluut niets te maken met het smeren van een boterham... Gelukkig zijn de Tiroolse meisjes over het algemeen vriendelijk, sociaal en als je je normaal gedraagt, heb je niets te vrezen.

Kleine kwaaltjes in het Tirools

Vooral bij kleine ongemakjes is het belangrijk om direct te weten wat er te doen valt. Geen zorgen, dit werkt natuurlijk ook in Hoogduits. Desalniettemin kan het interessant zijn om te weten hoe de lokale bevolking in Tirol de volgende termen noemt:

  • Dokta = dokter
  • Apoteggn = apotheek
  • Binggl = buil
  • Buggl = rug
  • Wea = pijn
  • Mir isch letz = ik voel me ziek
  • Speiberei = zeer onaangename buikgriep
  • Schnaggler = de hik hebben
  • Haxn = benen
  • Zeachn = tenen
  • Goschn = gezicht
  • Zennt = tanden
  • Gnagg = nek
  • Kearlecka = koortsblaas, kan al eens gebeuren – vooral na heftig zoenen (met vrienden) of ook als het minder romantisch is
  • magiern = doen alsof je ziek bent
  • Heisl = toilet, niet een Tiroolse berghut!
  • Plumpsklo = een gemak. Dat betekent dus zonder spoeling. Meestal met een dekoratief hartje in de houten deur. Vind je nauwelijks nog. Enkel nog een paar verouderde berghutten hebben een gemak.
  • gschleinen = zich haasten (vooral in combinatie met „Heisl“ zeer interessant)
  • gneatig, oalig = Wie het gneatig heeft, heeft haast. En bewegen zich dus oalig (haastig). Een beetje stressig.

Op weg in de natuur in het Tirools

Als je op pad bent in de natuur, kunnen deze termen steeds weer opduiken.

  • Tschurtschn = Dennenappel
  • Viecher = Dieren
  • Murmele = marmot
  • Goas = Geit
  • Antn = Eend
  • Bam = Boom
  • Kuselen, Notsch, Fok, Foknstoll =Koeien, varkens, zwijn, varkensstal. Heel simpel dus.
  • Oachkatzlschwoaf = Staart van een eekhoorn. (Leuk spel van de lokale bevolking. Wie dit woord accentvrij kan uitspreken als niet-Tiroler, oogst grote ogen.)

Andere typische woorden en uitdrukkingen

Altijd goed te weten om misverstanden te vermijden.

  • „Isch des bärig!“ = Heeft niets met beren of bessen te maken. Met deze uitdrukking drukt men in Tirol enthousiasme uit – vooral bekend door de internationaal bekende zanger Hansi Hinterseer en betekent “Geweldig!". Woorden als "geil" en "cool" worden vaak gebruikt in Tirol, en de Tiroolse jeugd versterkt deze uitdrukkingen vaak met "full", bijvoorbeeld "full cool".
  • gfierig = zegt een Tiroler als iets makkelijk gaat. Zeg maar: zonder problemen.
  • „Mei schian!“ = Hoe mooi is dit dan!
  • „Na schiach!“ = Uitroep als iets ongelofelijk vies is. Ook „zach“ voor „arg“
  • ge! = „Dat geloof ik niet.“ Vergelijkende vorm, met spijtige nadruk: „ma ge hey!“
  • ge? = aan het einde van een bewering en betekent zoveel als: „juist, niet?“
  • ha? = „wablief, ik heb je niet verstaan“?
  • = ook
  • amol = eenmaal,
  • decht, dechtasch = toch
  • eh = zowieso, ja natuurlijk
  • epper = iemand
  • es = haar
  • lei = enkel
  • woi = toch
  • nimma = niet meer
  • nocha, nochand = later
  • olm = voortdurend
  • ondersch = anders
  • Hardigatti = Uitroep van ongeduld. Als iets helemaal niet wil lukken. Ook „Harrgottzeitn“
  • zach = niet alleen “moeilijk”, maar vaak ook gebruikt bij gesprekken, bij het „Tratschen“ (ook „Fratscheln“) als een extra portie drama aan het verhaal wordt toegevoegd.  Zeer geliefd.
  • zizzalalweis = in kleine stukjes, langzaam.
  • Radlbeg, Radlbeck = een kruiwagen, een voertuig met een wiel in het midden dat door menselijke kracht wordt voortbewogen, handig voor het transporteren van puin, aarde, enz. Zeer handig bij het tuinieren of bij het huis bouwen.

En hier nog een laatste woord, dat een beetje uitleg verlangt:

  • Kuchakaschtla = wat klinkt als een Mexicaans ongedierte is simpelweg het Oberlandse woord voor "keukenkast". De "Kredenz" (Stubaital) is een combinatie van keukenkast en rekje.

Ik wens jullie veel pret bij het oefenen!
Tirools leren kan (bijna) iedereen, zoals deze video bewijst:

 

Snowboarden op strak geprepareerde pistes, e-biken door de bergen, een uitdagende wandeling maken op een ‘dreitausender’ (zoals ze dat in Tirol zo mooi zeggen) of genieten van een bord Kaiserschmarren… Tirol heeft mijn hart gestolen! Met zeer uiteenlopende interesses, van culturele en sportieve activiteiten tot gastronomie, ben ik een allround Tirol ambassadeur voor alle seizoenen.

Laatste artikel van Esther van der Linde
glungezer helemaal bovenin klein
Bijgewerkt op 04.05.2018 in Andere
Voor het eerst kamperen met kinderen in Tirol
4 min. leestijd
Alle artikelen van Esther van der Linde
8 opmerkingen beschikbaar
Schrijf een reactie

Verder blijven lezen

Omhoog

Is uw mailbox ook aan vakantie toe?

Abonneer u dan hier op onze newsletter met exclusieve vakantietips uit Tirol.