In Tirol spreek je elkaar vaak aan met "du" (jij), vooral boven de 1.000 meter boven de zeespiegel.
Grias-di, Griaß-enk, Griaß-eich = Hallo
Pfiat-di, Pfiat-enk, Pfiat-eich = Tot ziens
Maar ook in Tirol worden we steeds internationaler. “Hallo” en “Hi” worden ook steeds vaker als begroeting gebruikt. Ook hoor je af en toe "Servus". "Ciao" en het niet zo geliefde "Bye" komen veel voor in stedelijke gebieden. In winkels en restaurants in de stad wordt men meestal met “U” aangesproken.
Grüß Gott = Goeiedag
Wiederschaun, Pfiat-Gott = Tot ziens
Ik geef toe, dat het niet makkelijk is om de weg uitgelegd te krijgen in het Tirools. Het verreist best veel concentratie om goed te luisteren en daarbij het noorden niet te verliezen.
aui, auffi = omhoog
umi = over
außi = uit
oi, ochi = omlaag
arschlings = achteruit
grodaus = rechtuit
entn = ginder
Bichl = heuvel. Kan voor een inwoner van de Lage Landen net zo hoog lijken als een berg, waardoor het soms op het eerste gezicht niet duidelijk is waarheen de weg voert. Bij ons vind je bijna overal bergen
Schmotzgoggl = zeer zachtaardige uitdrukking voor een heel erg mooi meisje. Deze uitdrukking komt uit het Tiroolse Brixental.
Bitegurn = een boze vrouw, altijd en overal. Een eigenschap, zeg maar.
Loamsieder = tijdgenoten, die je beter mijdt. Ze zijn ongelofelijk traag en saai. Geeuw!
Lota, Weibetz = man, vrouw. Moet je proberen te onthouden, want het zou weleens op de toiletdeuren kunnen staan in één van onze traditionele berghutten.
Lugntschippl = een persoon, die je gewoon niet kunt geloven omdat ze altijd en overal liegen. Zo benader je die persoon tenminste, want je weet, dat al menig leugen van die persoon ontmaskerd zijn. Het kan ook zijn dat hun verhalen gewoon ongelofelijk ongeloofwaardig klinken.
Dozn = een heel klein mens. Ook "Greggeler" genoemd.
Lulatsch = het tegenovergestelde van dozn, een zeer lange, meestal dunne mens (man)
Fackalar = niet alleen een persoon die lelijk is om naar te kijken, omdat hij extreem onverzorgd is. Een Fackalar vertelt ook graag vieze moppen, die zo ver onder de gordel thuis zijn, dat je ervan moet walgen in plaats lachen.
Sektnschlägl = een onvriendelijk persoon die ontevreden is over zichzelf en de wereld. De bijvoeglijke naamwoorden "Mulat" en "sekte" betekenen hetzelfde.
wompat = betekent bierbuik. Zo'n middelomtrek wordt ook vaak "Ponzn" genoemd, wat letterlijk "vat" betekent.
schmattig = wanneer iemand veel geld heeft. Veel geld. Speculaties over hoe het geld is verdiend, hoor je van iedereen en overall.
potschad = betekent "onhandig". Een "Potschgoggl" is een onhandige persoon, d.w.z. een olifant in een porseleinkast. Maar het heeft niets te maken met lichaamsgrootte.
Zoggla = iemand die niet echt goed gekleed is en dus vaak „schlampert“ (schlampig) erbij loopt. Een Zoggla dus.
Zornpingl = een opvliegende kerel en dus niet het beste gezelschap.
Popele = baby
Poppenwagen = kinderwagen
„in die Heia gehen“ = naar bed gaan, ook „heielen“ voor slapen.
Springgingerl = liefdevol woord voor een levenslustig kind, dat bijna niet kan stilzitten en het liefst de hele dag rondhuppelt.
Derwischaletz, Fangalex = tikspel van kinderen dat je zonder extra materiaal en eigenlijk overal kunt spelen.
Versteckalex = Zoek me! In supermarkten is dit verzoek voor moeders het moment, waarop ze hun shopptingtour onmiddellijk afbreken.
Purzigagele = een koprol. Deze benaming komt van het Tiroolse kinderliedje: "De Buabelen, de Madelen, die machen Purzigagel..." Komt van " purzeln " = tuimelen, rollen. Vooral geliefd bij kinderen.
Gummihupfen = vroeger heel populair, 2 kinderen staan in een grote elastiek en zorgen dat het elastiek enigszins gespannen is. Een derde kind springt.
Templhupfen = met stoepkrijt worden springvakken getekend op de straat, wordt vandaag de dag nog steeds met veel plezier gespeeld.
Flosch drahnen = flesje draaien. Voor iets oudere kinderen.
Hoewel je overal in Tirol internationale gerechten op de kaart vindt, moet je de Tiroolse traditionele keuken tenminste één keer proberen.
Kasspatzln = typische, kleine dumplings met rijpe kaas en gebakken uien.
Greaschtl, Gröstl = typisch Tirols, gebakken aardappelen met uien en stukjes geroosterd vlees.
Kaspressknedl = zeer lekkere, dumplings uit brood met ui en kaas, kort gebakken in een pan, geserveerd in een stevige rundsbouillon of met zuurkool.
Fleischkas = Leberkäse
Graukas = Magere kaas uit rauwe melk gemaakt van een soort magere kwark - hoewel het een echte Tiroolse specialiteit, houdt niet iedereen ervan! Je houdt van hem of je mag hem helemaal niet.
Schwammerlen = paddelstoelen, meestal bedoelen ze in Tirol met Schwammerlen chanterellen.
Muas = moes
Goggelen = eieren
Weggn = brood
Oranschn = appelsienen
Melanzani = auberginen
Marün = abrikozen
Verlängata = een kopje koffie
Dschugglad = chocolade
Scharmiezl = een papieren zak. Goed voor het milieu, want uit papier. Het „Sackl“, een zak, kan ook uit plastiek zijn. Ik hou van Scharmiezl!
Zol’n bitte! = de rekening alsjeblief!
Hots gschmeckt? = Heeft het gesmaakt?
Mogsch a Schnapsal? = bedoeld is een „Selberbrennta“, een zelfgestookte Schnaps. Veelal met een hoog alcoholgehalte. Hier kun je niet “neen” zeggen. Dit is gastvrijheid puur.
botzn = morsen, Botzerei = een knoeiboel aan tafel
tzutzln = zuigen, bijvoorbeeld aan een strootje
botzn, patzn = morsen
Botzerei, Patzarei = morsen aan tafel
Um den Speck ist ein Griß = Het spek is erg in trek.
Hotsgschmeckt? =
tzutzln = zuigen, bijvoorbeeld op een rietje
Zol'n alstublieft! = De rekening alstublieft!
En de vraag der vragen:
Mogsch a Schnapsal? = Dit verwijst naar een echte "Selberbrennta", een zelfgestookte schnaps van de hoogste kwaliteit. Meestal toch. Je moet dit vriendelijke aanbod aannemen. Zeer samenbindend.
Handige uitdrukkingen voor op traditionele dancefestivals, zogenaamde Zeltfesten. Hoogduits wordt hier zelden gesproken. Eigenlijk nooit.
Fesches Madl, Diandl = mooie vrouw, mooi meisje
Fescher Bua = mooie man
A Schnitzel = uitgesproken mooie man
Wia hoaschn du? = Hoe heet jij?
Mogsch wos trinkn? = Ik wil je trakteren. Wat wil je drinken?
Woher kimmschn du? = Waar kom je vandaan?
Mogsch di herhockn? = Hier is nog een plekje vrij.
Du gfolsch ma! = Je bevalt me.
gschdiascht = Alles was mooi is, wordt gschdiascht genoemd door de Tiroolse bevolking van het Unterland. Een „Diandl“, een (jonge) vrouw, is eigenlijk altijd „gschdiascht“. Net zoals baby’s, dierbaby’s etc.
I mog di = Ik vind je leuk. Soms ook „Ik hou van jou“.
A Hetz machen = pret hebben
hetzig = grappig
losnen = luisteren
trotschn = praten
terisch = hardhorend. Bijvoorbeeld: „I wear terisch“ – Ik hoor niets (dat gebeurt wel eens als er te luide blaasmuziek is op het Zeltfest)
tamisch sein = verward zijn, ook wel „duizelig“ (kan wel eens voorkomen als jullie teveel pirouetten draaien bij het polka-dansen)
rauschig sein = een beetje dronken zijn
Fetzn = heel erg dronken zijn (in het Ötztal ook „Dullar“ genoemd), kunnen ook schlechte schoolresultaten zijn
Weiss-Sauer, Rot-Sauer = witte wijn spritzer, rode wijn spritzer
Kracherl = lijkt op „Almdudler“, een zoete kruidenlimonade
Zschigg = sigaretten (Opgelet: in de Tiroolse cafés bestaat rookverbod en dus ook bij Zeltfesten in de tent)
Fotzhobl = ander woord voor mondharmonika
Rotzbremsen = een niet zo mooi woord voor een „Schnauzer“, een snor.
strawanzen = veel op pad zijn, zonder echt door. Ook „lanschn“
Opgelet! Krijg je de volgende woorden te horen en lijkt die persoon allesbehalve te glimlachen, dan ben je misschien een beetje te stormachtig geweest tijdens het flirten en loop je misschien het best wel heel snel weg: "Watschn" of "Fotzn" zijn uitdrukkingen voor "een klap in het gezicht". "I Schmier da oane" moet ook worden opgevat als een onbetwistbare afwijzing en heeft absoluut niets te maken met het smeren van een boterham... Gelukkig zijn de Tiroolse meisjes over het algemeen vriendelijk, sociaal en als je je normaal gedraagt, heb je niets te vrezen.
Vooral bij kleine ongemakjes is het belangrijk om direct te weten wat er te doen valt. Geen zorgen, dit werkt natuurlijk ook in Hoogduits. Desalniettemin kan het interessant zijn om te weten hoe de lokale bevolking in Tirol de volgende termen noemt:
Dokta = dokter
Apoteggn = apotheek
Binggl = buil
Buggl = rug
Wea = pijn
Mir isch letz = ik voel me ziek
Speiberei = zeer onaangename buikgriep
Schnaggler = de hik hebben
Haxn = benen
Zeachn = tenen
Goschn = gezicht
Zennt = tanden
Gnagg = nek
Kearlecka = koortsblaas, kan al eens gebeuren – vooral na heftig zoenen (met vrienden) of ook als het minder romantisch is
magiern = doen alsof je ziek bent
Heisl = toilet, niet een Tiroolse berghut!
Plumpsklo = een gemak. Dat betekent dus zonder spoeling. Meestal met een dekoratief hartje in de houten deur. Vind je nauwelijks nog. Enkel nog een paar verouderde berghutten hebben een gemak.
gschleinen = zich haasten (vooral in combinatie met „Heisl“ zeer interessant)
gneatig, oalig = Wie het gneatig heeft, heeft haast. En bewegen zich dus oalig (haastig). Een beetje stressig.
Als je op pad bent in de natuur, kunnen deze termen steeds weer opduiken.
Tschurtschn = Dennenappel
Viecher = Dieren
Murmele = marmot
Goas = Geit
Antn = Eend
Bam = Boom
Kuselen, Notsch, Fok, Foknstoll =Koeien, varkens, zwijn, varkensstal. Heel simpel dus.
Oachkatzlschwoaf = Staart van een eekhoorn. (Leuk spel van de lokale bevolking. Wie dit woord accentvrij kan uitspreken als niet-Tiroler, oogst grote ogen.)
Altijd goed te weten om misverstanden te vermijden.
„Isch des bärig!“ = Heeft niets met beren of bessen te maken. Met deze uitdrukking drukt men in Tirol enthousiasme uit – vooral bekend door de internationaal bekende zanger Hansi Hinterseer en betekent “Geweldig!". Woorden als "geil" en "cool" worden vaak gebruikt in Tirol, en de Tiroolse jeugd versterkt deze uitdrukkingen vaak met "full", bijvoorbeeld "full cool".
gfierig = zegt een Tiroler als iets makkelijk gaat. Zeg maar: zonder problemen.
„Mei schian!“ = Hoe mooi is dit dan!
„Na schiach!“ = Uitroep als iets ongelofelijk vies is. Ook „zach“ voor „arg“
ge! = „Dat geloof ik niet.“ Vergelijkende vorm, met spijtige nadruk: „ma ge hey!“
ge? = aan het einde van een bewering en betekent zoveel als: „juist, niet?“
ha? = „wablief, ik heb je niet verstaan“?
a = ook
amol = eenmaal,
decht, dechtasch = toch
eh = zowieso, ja natuurlijk
epper = iemand
es = haar
lei = enkel
woi = toch
nimma = niet meer
nocha, nochand = later
olm = voortdurend
ondersch = anders
Hardigatti = Uitroep van ongeduld. Als iets helemaal niet wil lukken. Ook „Harrgottzeitn“
zach = niet alleen “moeilijk”, maar vaak ook gebruikt bij gesprekken, bij het „Tratschen“ (ook „Fratscheln“) als een extra portie drama aan het verhaal wordt toegevoegd. Zeer geliefd.
zizzalalweis = in kleine stukjes, langzaam.
Radlbeg, Radlbeck = een kruiwagen, een voertuig met een wiel in het midden dat door menselijke kracht wordt voortbewogen, handig voor het transporteren van puin, aarde, enz. Zeer handig bij het tuinieren of bij het huis bouwen.
En hier nog een laatste woord, dat een beetje uitleg verlangt:
Kuchakaschtla = wat klinkt als een Mexicaans ongedierte is simpelweg het Oberlandse woord voor "keukenkast". De "Kredenz" (Stubaital) is een combinatie van keukenkast en rekje.
Ik wens jullie veel pret bij het oefenen!
Tirools leren kan (bijna) iedereen, zoals deze video bewijst:
In zijn werk "Innsbrucker Karpfen, Bozner Seligkeiten" (Athesia, 1988) heeft de inmiddels helaas overleden folklorist Friedrich Haider nauwgezet een verzameling bijnamen, spotnamen en bijnamen samengesteld die naburige dorpen in Tirol elkaar lang geleden zouden hebben gegeven - en in sommige gevallen nog steeds geven, vaak achter gesloten deuren natuurlijk. In het voorwoord van zijn boek benadrukt Haider dat hij met dit werk niemand heeft willen beledigen, maar alleen oude folklore voor de vergetelheid heeft willen behoeden. Dus vat het alsjeblieft niet persoonlijk op! Ik moest in ieder geval erg lachen. Ik wil hier een paar van mijn persoonlijke favorieten uit het boek presenteren (meestal uittreksels uit de originele tekst).
Bitzler
Dat waren de Ischglers, want in Ischgl zeggen ze "een bitz" in plaats van "ein bißchen". Het "das bißchen" zou een verwijzing zijn naar de zonneschijn, die over het algemeen niet overvloedig aanwezig is in de Paznaun vallei.
Gealrubeler
Zo werden de inwoners van de gemeenten op de Arlberg genoemd. Vroeger werden daar bijzonder veel gele rapen (wortelen) verbouwd.
Sunnaluahner
Dit waren de inwoners van Lermoos die liever in de zon leunden dan werkten.
Zipflkappa
Ook de mensen van Lermoos. Ze kregen de bijnaam "Zipflkappa" van de mensen uit Ehrwald omdat ze altijd dikke wollen mutsen droegen, zelfs aan de stamtafel.
Ofentürler
Zo werden de inwoners van Bschlabs genoemd. Er is ook een verklaring voor: Een Bschlaber (niet "Bschlabser"!) zou een nieuwe ovendeur hebben laten maken. Omdat hij geen meetlint bij de hand had, mat hij het op met zijn armen wijd. Dus liep hij twee kilometer naar de smid. Natuurlijk was de "natuurlijke maat" in de tussentijd veranderd en paste de ovendeur niet.
Ofenschliefer
Tientallen jaren geleden zouden de Arzler jongens zich in een oven hebben verstopt tijdens een vechtpartij met de jongens uit het Wald.
Krotnmelcher
Kikkers en padden hadden zich thuis gevoeld in de zure en bemoste weiden van Polling. Of ze echt gemolken werden door de Pollingers is volgens mij twijfelachtig.
Talfer Hoa
Deze bijnaam gaat terug op de gewoonte van de Telfers om vaak "hoa" te zeggen om iets te benadrukken, zoals "Kimmsch heit no, hoa?". (Kom je vandaag nog?)
Schmuggler (Smokkelaars)
Eens de mensen van Scharnitz. Hoeft niet in detail uitgelegd te worden.
Fischsinger
De Pettnauer. Hierover bestaat een verhaal: vóór de verschillende verordeningen vulde de Inn het hele dal bij Pettnau. Veel zijrivieren liepen door de Pettnauer weilanden en vormden vijvers en poelen. Naast de landbouw was vissen dus een extra bron van inkomsten voor de inwoners van Pettnau. Op een dag werd in een van deze vijvers een kleurrijke forel gevangen. Ze hadden nog nooit zo'n kleurrijk exemplaar gezien en na lang wikken en wegen waren ze het erover eens: Het was geen vis, maar een vogel. En dus moest hij kunnen zingen. Maar dat kon het niet, dus leerden ze het. De "vogel" bezweek echter onder de kwelling van het leren zingen, en een Pettnauer zei met spijt: "Maar lieve Vogl was zo gretig (volgzaam), hij had zijn mond al wijd open, en voordat hij de eerste noten kon maken, stierf hij!". Geen goed verhaal voor dierenrechtenactivisten.
Innsbrucker Karpfen (karper)
Vergelijkbaar verhaal met de Pettnau viszangers. Hier werd een prachtige kleurrijke karper gevangen. De burgemeester veroordeelde de vermeende "vogel", die helemaal niet wilde zingen maar alleen zijn bek opende, tot de verdrinkingsdood. Wat de karper zeker beviel.
Höttinger Nudelsetzer
Hierover bestaat een verhaal. De (ooit) arme inwoners van Hötting (dat overigens tot 1938 een volwaardig dorp was, zelfs het grootste van Oostenrijk) bedachten dat ze in plaats van altijd duur meel te kopen voor de productie, de pasta gewoon konden verbouwen. Het werkte ook met erwten! Helaas was er geen pastaoogst. De carnavalskrant "Höttinger Nudl" bestaat nog steeds en herinnert aan deze anekdote.
Haller Kübel
Tijdens een Hemelvaartsviering in de parochiekerk van Hall brak het touw waarmee de figuur van de Verlosser de lucht in werd getrokken. Het beeld viel op de grond en brak. De afzonderlijke stukken werden vervolgens in een emmer verzameld en weer omhoog getrokken, volgens het principe: "Aui muaß er!". Je moet gewoon weten hoe je jezelf moet helpen.
Geelbuik
Het is niet bekend of de Weerbergers zo heten vanwege de gewone geelgors (vogelsoort) of vanwege de gele borstvlek in hun kostuum. Er wordt ook gezegd dat "er drie soorten mensen zijn: Manderleut, Weiberleut en Weerberger". Wat dat ook moge betekenen.
Weggalfresser
De inwoners van Thierbach hadden geen eigen bakkerij. Als ze naar het Inntal kwamen, kochten ze graag een Weinbeerweggele en aten die met smaak op de terugweg. Tot op de dag van vandaag zeggen de inwoners van Thierbach "Wett ma ein Weggal?".
Mattiger Kälber
De inwoners van Lienz gaven de inwoners van Matrei de naam "Mattiger Kälber", waarschijnlijk om aan te geven dat de Mattiger levensstijl te grof was voor een stad.
Virger Drahle
De mensen van Virgen kunnen niet goed opschieten met de mensen van Matrei, ze worden de Virger Drahle genoemd. De Iseltalers verstaan onder Drahl "verdraaid zijn", woord verdraaiers, verraderlijk en vals, ook sluw, slim, een voordeel behalen.
"Die blede Funsn kun ma in Buggl oirutschn!"
Letterlijk: De domme vrouw kan over mijn rug glijden!
Betekenis: Vanaf nu trek ik me niets meer aan van deze vrouw, die zich nogal dom gedraagt.
"Door de verhaaldrukker ben ik nu de verliezer!"
Letterlijk: Door deze verhaaldrukker ben ik nu de verliezer.
Betekenis: Door deze oneerlijke man ben ik nu de verliezer.
"Der Goschate kuma die Schuach aufblosn!"
Letterlijk: De man met de grote mond kan mijn schoenen openblazen.
Betekenis: De man, die erg ongevoelig is in zijn woordkeuze, kan doen wat hij wil, het interesseert me niet meer.
"Iatz schaugsch oba, dass Metta gwingsch!"
Letterlijk: Maar nu wil je meters winnen!
Betekenis: Nu moet je opschieten en bij me weggaan, anders gebeurt er iets!
"Verfluacht nomol eini, was glabt'n der Saufratz, wer er isch?"
Letterlijk: Verdomd weer, wie denkt dit stoute kind wel dat hij is?
Betekenis: Zo echt, wie denkt dit stoute kind wel dat hij is dat hij hiermee weg kan komen?
"Halt di Goschn, du Hallodri!"
Letterlijk: Hou je kop, deugniet!
Betekenis: Zeg maar niets meer, jij onvoorspelbare, lichtvoetige vent!
"De Schnapsdrossel isch fett wia a Haisltschigg."
Letterlijk: Deze zuiplap is zo vet als een huissigaret.
Betekenis: Deze zuiplap is zo dronken als een sigaret die in het toilet wordt weggegooid.
"Kruzifix noamol eini, wia ischn das passiert?"
Letterlijk: Weer naar het kruisbeeld, hoe kon dat gebeuren?
Betekenis: Ja, vertel eens, hoe kon dat gebeuren?
"Zo'n stuk rotzooi, wat die valse vijftig mij verkocht heeft."
Letterlijk: Zo'n inferieur spul, wat die valse vijftig mij verkocht heeft.
Betekenis: Wat die oneerlijke persoon mij verkocht heeft is van zeer slechte kwaliteit.
"De fade Nockn isch ein Obizahrerin!"
Letterlijk: Deze saaie cam is een down-and-out.
Betekenis: Deze saaie dame is zo demotiverend.
"I glab dem Schmähtandler gor nix mehr."
Letterlijk en betekenisvol: Ik geloof deze leugenaar niet meer.
"Hergottzagra, de Beißzangen istch aber a Kretzn!"
Letterlijk: Heerlijke tijden, maar deze bijtende tang is schurft.
Betekenis: In godsnaam, deze onvriendelijke persoon is echt onaangenaam.
"Da neie Haberer von dem Schragen isch ein Lulatsch."
Letterlijk: De nieuwe man van de lelijke vrouw is een lange man.
Betekenis: Het nieuwe vriendje van deze niet-zo-aantrekkelijke vrouw is van groot postuur.
"Sei net so eine Gschaftlhuaba, du woasch ja a nix!"
Letterlijk en betekenisvol: Wees niet zo'n belangrijk persoon, je weet ook niets.
"Der Sumser geat ma aufn Zoager!"
Letterlijk: Deze Sumser werkt op mijn zenuwen.
Betekenis: Deze zeurpiet ergert me.